MAIMERI | CLASSICO & PURO olieverf — review by Lux Buurman

Lux Buurman is schilder met een grote liefde voor materiaal en de verwerking daarvan in de klassieke schildertechnieken.

Voor haar hands-on REVIEW van de olieverf van MAIMERI neemt ze de opbouw van werk vanaf de Vlaamse primitieven tot en met de Impressionisten als leidraad. Daarbij komen de belangrijkste aspecten van het ambacht aan bod. Van schilderen op een witte grond, op een imprimatuur met een onder- en afschildering — laag over laag — tot a la prima schilderen. Zo kan ze de verf optimaal beoordelen.


De kundige en ijverige 17eeeuwse schilder Eglon van der Neer kwam na lang zoeken naar mooie en degelijke verf tot de volgende conclusie en zei tegen zijn leerlingen: Zoek niet naar verven; daar zijn er thans genoeg die goet zyn, leer die maar wel goed gebruiken!

Het aantal pigmenten dat gebruikt werd in de 17e eeuw was beperkt en daar zijn de mooiste schilderijen mee gemaakt. Het vak ging over vaardigheid en materiaalkennis. Beheers je het ambacht en heb je goeie spullen, dan kun je met een beperkt palet wonderen verrichten.

Nou, schilderen kan ik intussen, en de verf die voorhanden is, is goed….

En dan wordt mij gevraagd de olieverf van MAIMERI te testen. Dat is verf die staat voor klassieke kwaliteit, met veelal natuurlijke pigmenten in een hoge verzadiging. Op hun website zie ik veel prachtige kleuren. Over de presentatie is nagedacht. Eglon van der Neer zou z’n ogen niet geloofd hebben bij dat aanbod — ik word nieuwsgierig!

➽ Ik heb drie verschillende categorieën olieverf getest

De CLASSICO zou je de midden-kwaliteit kunnen noemen — ik ga deze kwaliteit gebruiken voor een onderschildering.

Lux Overzicht 415X415 001 Deze

018 Titanium white ○ 535 Ivory black ○ 493 Raw umber ○ 131 Yellow ochre

○ 031 TGD'IT — Orange earth from Herculanum ○ 036 TGD'IT — Venetian red earth ○ 039 TGD'IT — Green earth from Verona ○ 035 TGD'IT —Raw Sienna

➽ De aardkleuren die de oude meesters gebruikten waren vaak grover en onregelmatiger gemalen dan tegenwoordig. Dat gaf een dikkere verf en iets andere, wat dekkendere kleuren door een andere breking van het licht. Ze gebruikten die goed doordrogende aardkleuren graag in hun onderschildering. Daarop werkten ze dan vaak verder in dunnere (glacis)lagen, die ook nog eens uitstekend hechten op zo'n grovere onderschildering.

In de TERRE GREZZE D'ITALIA range vind je deze authentieke aardkleuren, met pigmenten uit kleine Italiaanse groeves die vaak al eeuwenlang in gebruik zijn. De gemiddelde pigment load is 60% - 75% en de gemiddelde korrelgrootte 50 - 100 micron.

Deze kleuren ga ik gebruiken voor de imprimatuur en later de huidskleur.

018 Titanium white ○ 020 Zinc white ○ 493 Raw umber ○ 492 Burnt umber ○ 131 Yellow ochre ○ 116 Primary yellow ○ 317 Cobalt green deep ○ 374 Cobalt blue deep ○ 392 Ultramarine deep ○ 368 Cerulean blue ○ 281 Vermillion ○ 183 Magenta lake ○ 466 Quinacridone violet

Lux Overzicht 002 Deze

De PURO is de professionele kwaliteit. Alle kleuren zijn mono-gepigmenteerd en aangewreven in saffloer- en/of papaverolie. Ze zijn super-geconcentreerd, met een ongeëvenaarde diepte en een onberispelijke zuiverheid. Ik kies een aantal klassieke kleuren, die ken ik het best. En twee voor mij nieuwe rode kleuren.

Deels maakte ik m'n eigen medium, deels gebruikte ik deze kant-en-klare mediums van MAIMERI:

Dit is een viskeus medium op basis van alkydhars. Het versnelt de droging van olieverf en geeft de verffilm een uitzonderlijke glans, transparantie en elasticiteit. Perfect voor het aanbrengen van glacislagen.

Dit drogingsvertragende medium verdunt de verf en maakt het mengen op het palet soepeler. Het benadrukt de ondertoon van kleuren, zonder hun zuiverheid of helderheid aan te tasten

Om m'n verf te verdunnen gebruikte ik:

Als penselen gebruikte ik:

  • Als drager koos ik een Gessoboard (50 cm x 50 cm) van GERSTAECKER.

Ik maakte een kleurkaart waarop ik de verf in lijntjes uitzette. Van dekkend naar halfdekkend naar transparant. Daarnaast dezelfde kleur gemengd met titaanwit, in een verloop met steeds een beetje meer wit.

De CLASSICO-range doet wat je van verf kunt verwachten. De omber en oker dekken niet heel sterk, maar goed genoeg. De rauwe omber en oker van deze range voldoen prima voor de proef van de onderschildering.

De PURO-range verrast. De massa van de verf is plezierig, boterachtig. Makkelijk dekkend aan te brengen. Behalve de gele oker, die is wat fragiel, maar dat heb ik met het authentieke pigment vaker meegemaakt. Chemische oker dekt beter, maar dat is niet altijd een voordeel. De kleuren die ik uitgekozen heb zijn bijzonder helder, ook als ze halfdekkend en transparant aangebracht zijn. Gemengd met titaanwit blijft hun karakter behouden.

TIP! Het titaanwit laat zich heel prettig verwerken en is bijzonder goed dekkend. Zelfs op het witte gessoboard Is het witter en geeft het licht. Het zinkwit is transparant en koel zoals het hoort.

Ook in menging zijn de PURO kleuren stralend. De verschillende blauwen met violet en magenta maken intense paarsen en lila’s. Met het primair geel maken ze heldere groenen.

De TERRE GREZZE D'ITALIA-range maakt z’n belofte ook waar. Mooie volle kleuren, een prettige massa, goed aan te brengen. De pigmentkorrel is groter dan bij de PURO-range en dat voel je. Ik vind dat prettig. Ook een verrassing.

Deze range is in menging mooi voor incarnaat — huidskleur. De groene aarde grijst hem effectief af. Grappig om te merken dat de verf na droging een ruwer oppervlak heeft dan de andere verf. Je voelt, denk ik, de grovere pigmentkorrel. Bijzonder.

Tot zover de proefjes.

Er zijn in de loop van de westerse schilderkunst een aantal technieken gebruikt die in aanpak nogal wat verschillen. Dat vraagt van de verf ook wat.

De Vlaamse Primitieven schilderden op een witte grond. Ze maakten vaak een voortekening met zilverstift. In de onderschildering werd de witte grond gebruikt voor het licht en de donkere partijen werden met een grijs aangegeven.

Vanaf de 16e eeuw werd op een gekleurde grond gewerkt — een aardkleur — en werd het licht daarop in de eerste aanleg stevig aangezet.

En vanaf de 2e helft van de 19 e eeuw werd er zonder onderschildering, direct in kleur gewerkt. Vaak nog wel op een gekleurde grond.

Omdat deze verf zo intens van kleur is kies ik voor een eerbetoon aan Claude Monet de schilder die kleur op de kaart gezet heeft!

➽ Dit is het idee

Lux Overzicht 415X415 006 D

Er is een portret van de jonge Monet, klassiek op z’n 17e eeuws geschilderd door zijn vriend Gilbert de Séverac in 1863 — toen het impressionisme haar naam nog moest krijgen en een schilderij nog bruin moest zijn. Dat wordt de 17eeeuwse methode.

Later, toen Monet zijn plaats veroverd had op het wereldtoneel der schilders zei Cézanne over hem: Monet is alleen maar een oog…maar wát voor een oog!

Dus kies ik voor een oog, detail van een portret Rogier van der Weyden (15e eeuw), op de manier van de Vlaamse Primitieven geschilderd op een witte ondergrond. Een blauwgroen oog met daarom heen een tere huidskleur.

In 1859 wordt het cobaltviolet uitgevonden en chroomoxyde-groen in 1862. Dan komt er kleur — de waterlelies en een blauweregen van Monet: blauw, lila, roze en groen.

Toen de impressionisten geweigerd werden voor deelname aan de jaarlijkse de Salon in Parijs, hielden ze op de Boulevard des Capucines een eigen tentoonstelling. Die noemden ze de Salon des Refuses, 1863. De vrienden hebben zelfs even overwogen om hun groep Les Capucines te noemen.

Capucines is naast een monnikenorde (ze droegen een puntmuts) ook de naam van een bloem, Oost Indische Kers. In rood, helder oranje en stralend geel komen die bloemen ook op het schilderij.


DAG 1

De compositie teken ik met zilverstift op Gessoboard. Dat pakt plezierig en zilverstift en olieverf zijn vriendjes van elkaar.

Voor de imprimatuur van het portret van Monet gebruik ik rauwe omber en titaanwit van CLASSICO. Ik gebruik mijn eigen, sneldrogende medium, dat ik maak van met lood gekookte lijnolie gemengd met mastiekvernis — dat mastiekvernis betrek ik trouwens al jaren van MAIMERI. De verf is goed.

Voor de waterlelies en de blauweregen van Monet maak ik een roze grond van titaanwit van PURO en Venetiaanse aarde van TERRE GREZZE. De substantie van deze combinatie is steviger en prettig aan te brengen.

DAG 2

Ik heb mijn eigen medium gebruikt en de imprimatuur is de volgende dag droog genoeg om door te gaan. Ik breng de tekening over en maak de onderschildering in rauwe omber met wit van CLASSICO. Ik begin met donkere partijen in de rauwe omber. Halfdekkend gaat goed, echt donker worden is wat lastiger. Het wit is zowel dekkend als halfdekkend goed aan te brengen.

Lux Medium 415X415 001 D

DAG 3

Nu ga ik de verf en het PURO 700 Clear Oil medium gebruiken — medium incolore, kleurloos medium.

Dit drogingsvertragende medium verdunt de verf en maakt het mengen op het palet soepeler. Het benadrukt de ondertoon van kleuren, zonder hun zuiverheid of helderheid aan te tasten.

Het is een pasta die gemengd met de verf wat extra souplesse geeft zonder dat de verf vloeibaar, te dun wordt. Werkt prettig

Voor de achtergrond: Rauwe en Gebrande omber en Gele oker. De intensiteit van de gele oker is mooi warm op de grijsbruine imprimatuur, de gebrande omber geeft dekkend en halfdekkend aangebracht ook een mooie warm intensiteit.

De blouse geef ik een transparante laag met titaanwit. Dan ontstaat over de imprimatuur een optisch grijs.

Het wit is opvallend plezierig om aan te brengen, zowel in de halfdekkende laag als nat in nat modellerend om de lichten op de mouwen aan te zetten. Ook een echt dik licht op het kraagje is met een fijn penseel — ik gebruikte er een Ergonomisch detailpenseel van GERSTAECKER voor — heel plezierig aan te brengen.

Voor de donkere strepen in de blouse; ivoorzwart van CLASSICO. Ook voor het grijs op de stoel. Het gezicht krijgt een beetje kleur met gebrande omber, gele oker en wit. De substantie van PURO is merkbaar prettiger om mee te werken.


DAG 4

De verf die gisteren aangebracht is met het medium is nog niet zo droog dat het overschilderbaar is, logisch. Dat mag best een dag of drie, vier duren.

Voor de onderschildering van het oog gebruik ik het titaanwit van PURO en het ivoorzwart van CLASSICO.

Alleen de halftoon en de donkere partijen worden in een grisaille, een onderschildering in grijs, neergezet. Het licht blijft het wit van het paneel. Dun geschilderd, zodat de zilverstift tekening nog een beetje zichtbaar is en het wit van de grond ook in de donkere partijen nog wat licht van binnenuit kan geven. Ik gebruik weer mijn eigen medium. Dat droogt sneller.


DAG 5

Blauweregen — nu gaan we over op kleur! De imprimatuur is goed droog, de verfhuid is een beetje ruw van de Venetiaanse aarde van TERRE GREZZE. Ik vind dat wel plezierig. De impressionisten schilderden gelijk met kleur, vaak wel op een gekleurde grond, met een stevige zichtbare penseelstreek. Ik ga het PURO 700 Clair Oil medium weer gebruiken. Ben benieuwd of de stevige toets mooi blijft staan.

Kleuren: Titaanwit, Gele oker, Primair geel, Cobaltgoen, Ceruleumblauw, Magenta en Quinacridone violet.

De paarsen van Ceruleumblauw, Magenta en Quinacridone violet zijn stralend. Ook met wit gemengd heel intens. De groenen die Monet hier gebruikt zijn vrij zacht, tegen het grijzige aan. Met Oker, Omber, Ceruleumblauw en Titaanwit is het Cobaltgroen in alle tinten te mengen. Voor een frisser groen meng ik het met een geel. De toetsen blijven goed staan. Nat in nat, zoekend naar de zichtbare penseelbeweging laat de verf zich goed manipuleren. En, wat plezierig is, dat de kleuren niet droezig worden als je ze door elkaar heen gebruikt; dus een groene toets in het paars gezet wordt niet vuil. Met toevoeging van een beetje terpentijn is er in de natte verf ook goed te schrijven; met een fijn penseel kun je dunne bewegelijke lijnen trekken, zoals de takjes links beneden. En nog weer dikkere toetsen met een kluitje verf op het penseel blijven in de natte verf ook goed staan.

Het is natuurlijk een briefkaartformaat waar ik Monet op imiteer — zijn schilderij meet 100 cm x 200 cm. Dus een echt brede penseelstreek is er niet bij, maar ik kan me voorstellen dat met deze substantie dat ook in het groot heel goed zal gaan.


DAG 6

De blauweregen is natuurlijk nog niet droog.

De waterlelies, dat is heel een dromerig schilderij. Ik ga dat niet te dik opzetten en me niet bezighouden met het handschrift, maar me richten op de tere overgangen van de verschillende tinten blauw en lila. De roze grond is voor alle nuances een mooie steun. Titaanwit, Ultramarijn, Ceruleumblauw, Cobaltblauw, Quinacridone violet, Rauwe omber, Gele oker, Cobaltgoen.

Ik begin echt van het titaanwit te houden. Wat een plezierig wit is dit.

Ik begin met de groenen en de blauwen en werk vanaf de randen naar het midden toe. De roze grond is een mooi om die koele blauwen op te zetten en het gaat bijna vanzelf. De kleuren zijn echt heel intens. En het titaanwit is sterk genoeg om ze te dempen.

De verschillende kleuren naast elkaar gezet laten zich heel plezierig in elkaar werken en ook nat in nat bijsturen. Ik heb nu weer mijn eigen medium gebruikt i.v.m. de droogtijd.


DAG 7

Alles is droog. Om de waterlelies nog wat dromeriger te krijgen geef ik ze een totaal glacis van zinkwit.

Nu is het de beurt aan de TERRE GREZZE, de aardkleuren uit Italie. Hele oorspronkelijke pigmenten. En dus heel geschikt om een hele oorspronkelijke techniek mee toe te passen. En het werkt! De combinatie van Orange Earth from Herculaneum, Venetian Red Earth, Raw Sienna en Green Earth from Verona is perfect voor de huidkleur. De Oranje aarde met titaanwit geeft een middentoon, met meer wit en wat Rauwe Sienna is het goed voor de lichtere partijen. Titaanwit, Venetiaans rood en Oranje aarde voor de blos. De donkere huidkleur maak ik van de Oranje aarde, een klein beetje Rode aarde, Groene aarde en Titaanwit.

Ik zet ze naast elkaar op, werk ze met een droog penseel in elkaar en stuur hier en daar de kleur bij. Voor het oogwit gebruik ik dezelfde combinaties, met meer wit. Het grijs van de onderschildering blijft een rol spelen door het geheel. En de iris wordt verrassend genoeg blauwachtig met een glacis van groene aarde. Het grijs van de onderschildering werkt mee... Voor de pupil en het donker randje onder het bovenste ooglid is rauwe omber nodig. En wederom bevalt de substantie van de verf mij bijzonder goed. Zowel wat dekkender als transparant. Hier en daar kan je de zilverstifttekening er nog doorheen zien terwijl de kleur heel mooi verdeeld is.

Ik maak gebruik van de verf die ik op het palet heb liggen om het gezicht van Monet nog even wat extra warme te geven.


DAG 8

Alles is goed droog. Als kers op de taart nu de Oost Indische Kers. Ik gebruik daarvoor aquarellen die ik een paar jaar geleden maakte, en de bloemen uit de tuin.

De tekening druk ik door met rauwe omber en wit. Over de blauweregen heen, en over de waterlelievijver. Kijken of de overschildering op zoveel kleur goed aan te brengen is.

Een onderschildering met Rauwe omber en Titaanwit is altijd effectief. Ik gebruik wel de PURO want die is dekkender dan de CLASSICO. Het dekt niet in een keer goed. Na een uur of twee is de verf aangetrokken en kan ik er goed in door werken tot praktisch dekkend.

DAG 9

De achtergrond is nog steeds het wit van het Gessoboard. En ik wil dat eigenlijk wit houden, maar er toch een laagje verf overheen zetten. Het Zinkwit maakt op het proefpaneel minder indruk dan het Titaanwit. Ik ben ook benieuwd naar de werking van het glacerende medium van MAIMERI. Dus glaceer ik de hele achtergrond met zinkwit en het medium. Dat gaat aanvankelijk wel goed, al vind ik het niet zo soepel gaan als ik verwachtte. En het medium wordt vrij snel kleverig. Ik ben gewend om in een nat glacis nog door te kunnen schilderen. Dat gaat niet nu zo prettig. Het Titaanwit is aanzienlijk witter dan het zinkwit, daarmee zou ik nog nuances in het wit aan kunnen brengen, maar dat stel ik dat uit tot de achtergrond droog is. Tot mijn verbazing is dat in de loop van de middag al bijna het geval. Dat kan een voordeel zijn als je alleen een glacis aan wilt brengen, Als je in dat glacis door wilt werken is dat een nadeel.

De onderschildering van de tweede Oost Indische Kers gaat weer goed.

DAG 10

Kleur op de bloemen. Eerst de blaadjes. Cobaltgroen, Ultramarijn, Primair geel, Gele oker en Titaanwit. Ik glaceer het lichte groen met Cobaltgroen en Primair geel, de donkere partijen met Cobaltgroen met Ultramarijn. In de natte glacis breng ik nuances aan met oker, wit en de verschillende combinaties groen.

Voor de oranje bloemen gebruik ik Vermiljoen, Primair geel, Gele oker, Quinacridone violet en Titaanwit. Ik begin met een glacis van Vermiljoen en Primair geel. Dat is een heel intens oranjerood. Het zou kunnen volstaan maar ik wil toch meer nuance en die laat zich makkelijk aanbrengen. De nerfjes en de dikte van het blad leg ik er dikker op met weer met een beetje terpentijn medium en een fijn penseeltje.

Met de kleuren die ik op het palet heb liggen werk ik nog even door in de blauweregen om de verdeling van de kleuren zo aan te passen dat de kersjes goed afsteken tegen de achtergrond. Daarbij doe ik de compositie van Monet wel wat geweld aan, maar het moet nou eenmaal. Hij hield zich ook lang niet altijd aan de gegevens die hij voor zich zag en vond compositie belangrijker dan de exacte weergave.


DAG 11

Primair geel, Gele oker, Vermiljoen, Quinacridone violet, Cobaltgroen en Titaanwit.

Eerst weer een glacis met de globale kleur. Geel met een beetje oker. De onderschildering is een fantastische steun en de nuances kunnen daarop met wit, oker, een beetje vermiljoen en violet in het natte glacis aangebracht worden.

De blaadjes van de waterlelies krijgen hier en daar nog een tipje groen, de lelies een extra lichtje wit en een stipje roze-rood.

Daar waar het licht op de achtergrond net een beetje onder de ‘briefkaarten’ en de bloemen door piept, linksonder bij het portret van Monet, rechtsboven achter het oog, onder het groene blad boven de blauweregen zet ik het wit nog eens extra aan met Titaanwit, Dik wit is witter dan dun wit. En daar waar licht is is ruimte. Je ziet het misschien niet bewust maar het werkt.

Nou… het onderzoek zit erop. Alle kleuren zijn aan bod gekomen. En de verschillende manieren van verf aanbrengen, door de technieken heen.

Hieronder zie je de laatste versie van mijn ode aan Monet met de MAIMERI olieverf. Hier en daar heb ik de contrasten nog wat opgevoerd, schaduw aangebracht, kleur geïntensiveerd.

Mijn conclusie over deze verf is…. héél goed!

➽ Prachtig. Intens helder van kleur. Zuiver. Prettig verwerkbaar en verrassend.


Lux Profiel 1140X600 001 D

Over Lux

Lux Buurman is schilder met een grote liefde voor materiaal en de verwerking daarvan in de klassieke schildertechnieken.

➽ Over de klassieke schilder- en tekenkunst schreef Lux ook een boek, waarin je alles vindt van olievlek tot verdwijnpunt!

Schilderboek, geheime recepten van de oude meesters onthuld en beschreven.

ISBN 9789491525629

Lux heeft géén Hollandse primeur, bekent ze ruiterlijk.

Het eerste Schilderboek is van Karel van Mander uit de 17de eeuw. Het tweede is van Gerard de Lairesse uit de 18de eeuw. Die waren zeer gezaghebbend. Het is dan ook met een zekere hoogmoed dat ik mijn boek Schilderboek noem. Maar ik dacht toch dat ik me dat kon permitteren.

Meer info over het boek vind je hier. Het boek was zo populair, dat het nu helaas enkel nog antiquarisch te verkrijgen is — de zoektocht méér dan waard!

Dit bijzonder leerzame boek biedt een verbazend breed- en diepgaand inzicht in de schilderkunst in al zijn aspecten.

Prof. dr. Ernst van de Wetering

© 2025 — tekst: Lux Buurman & redactie Gerstaecker NL | © 2025 — beeld: Lux Buurman, MAIMERI & redactie Gerstaecker NL